Volgens het voorontwerp moet vanaf 1 januari 2027 elke Belgische werkgever kunnen aantonen wanneer zijn werknemers beginnen en stoppen met werken. Niet alleen grote bedrijven, niet alleen bepaalde sectoren — iedereen, privé en publiek, ongeacht de grootte van de onderneming.
Wie op 1 januari nog geen passend systeem heeft, krijgt uitstel tot 31 maart 2027. Daarna is het een inbreuk.
De regering kondigde de maatregel aan in het begrotingsakkoord van 27 november 2025. België loopt daarmee achter op de rest van Europa: het Europees Hof van Justitie oordeelde al in mei 2019 dat arbeidstijdregels enkel afdwingbaar zijn als arbeidstijd objectief, betrouwbaar en toegankelijk wordt geregistreerd, en bevestigde dat opnieuw in december 2024. De meeste lidstaten hebben dat al omgezet. Wij niet — tot nu.
De definitieve wettekst is op dit moment nog niet in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. Wij volgen dit op en passen deze pagina aan zodra dat gebeurt.
Het voorontwerp verplicht vanaf 1 januari 2027 een objectieve en betrouwbare registratie van de arbeidstijd. Een boete staat er vandaag niet in. Vul in hoeveel werknemers u heeft.
Waarom staat hier geen boete? Tot 30 september 2026 rekende deze pagina met sanctieniveau 2 van het Sociaal Strafwetboek als schatting. Het advies 2.499 van de Nationale Arbeidsraad beschrijft het voorontwerp preciezer: er staat geen strafbepaling in voor de werkgever die geen systeem opzet, de toegang niet regelt of de gegevens niet bewaart. De werknemersbank vraagt dat niveau 2 (€250 tot €2.500 per betrokken werknemer, afgetopt op honderd werknemers) ook hier zou gelden. De werkgeversbank is tegen elke algemene verplichting. Zolang de Kamer niet gestemd heeft, is elk bedrag een gok, en dus zetten wij er geen.
Wat vandaag wél al bestaat: wie bij glijdende uurroosters geen arbeidstijd opvolgt, valt nu al onder niveau 2. En de bewaarplicht van vijf jaar voor gegevens uit een tijdsopvolgingssysteem staat al in de Programmawet van 22 december 1989.
Deze pagina is informatief en is geen juridisch advies. De bedragen komen terug zodra een gestemde wettekst ze vastlegt.
1. Objectief. De registratie moet meten, niet inschatten. Een lijstje dat u op vrijdag invult voor de hele week is geen objectieve registratie.
2. Betrouwbaar. De gegevens mogen niet zomaar aanpasbaar zijn. Wordt er iets gecorrigeerd, dan moet zichtbaar blijven wie dat deed, wanneer, en wat er oorspronkelijk stond.
3. Toegankelijk. Uw werknemer moet zijn eigen uren kunnen inzien, en de sociale inspectie moet ze kunnen opvragen.
4. De werkelijk gepresteerde tijd. Het gaat om wat er echt gewerkt is, niet om wat er gepland was. Maar het voorontwerp is hier soepeler dan vaak gedacht: werkt u met een vast of variabel uurrooster, dan volstaat een register van enkel de afwijkingen op dat rooster, zolang de werkelijk gepresteerde tijd er objectief en betrouwbaar uit af te leiden is. De vakbonden vechten dat aan met het CCOO-arrest van het Hof van Justitie; de definitieve tekst kan hier dus nog strenger worden.
Een klassieke prikklok is níet verplicht. Een app op de telefoon, een badge of een tablet aan de ingang volstaat, zolang het aan die vier voorwaarden voldoet.
Voor alle werkgevers, in de privésector en de openbare sector, ongeacht hoeveel mensen u tewerkstelt. Er is geen drempel en geen kmo-uitzondering.
Wel uitgezonderd zijn bepaalde werknemers:
Twijfelt u of iemand in uw team hieronder valt? Vraag het aan uw sociaal secretariaat. Wij geven geen juridisch advies — wij zorgen dat de registratie zelf in orde is.
Werkt u in de bouw? Dan komt er in hetzelfde jaar een tweede verplichting op u af, die hier los van staat. Op werven vanaf 500.000 euro wordt de aanwezigheidsregistratie via Checkinatwork uitgebreid met een verplichte check-out, die uw werknemer zelf op de werf moet doen. Lees wat er verandert op onze pagina over Checkinatwork 2027 voor bouwbedrijven.
En u moet de gegevens vijf jaar bijhouden.
Vandaag moet de werknemer bewijzen dat hij overuren presteerde. Het voorontwerp draait dat niet om; de vakbonden vragen die omkering wel, en kregen ze in het advies van 30 september niet.
In de praktijk ligt het minder comfortabel dan die regel doet vermoeden. Betwist een werknemer zijn uren en heeft u geen registratie, dan baseert de arbeidsrechtbank zich op getuigenverklaringen, mails en schattingen, en sinds het CCOO-arrest wegen rechters het ontbreken van een systeem mee. Wie registreert, discussieert niet: die toont de cijfers.
VeriTime is gebouwd voor Belgische kmo's zonder eigen HR-dienst, en dekt de vier voorwaarden zoals ze er nu uitzien:
Daarbovenop: verlofaanvragen met goedkeuring per vestiging, een loonexport in CSV voor uw sociaal secretariaat, een AVG-export, bewaring van de registraties gedurende vijf jaar, gerekend vanaf het einde van het jaar waarin ze gemaakt zijn, en rapporten per project of vestiging.
Wacht niet tot maart. Iedereen die dan nog moet beginnen, klopt tegelijk aan bij dezelfde leveranciers en hetzelfde sociaal secretariaat.
Geen kredietkaart vereist
Op 1 januari 2027. Werkgevers die dan nog geen passend systeem hebben, krijgen uitstel tot 31 maart 2027.
Ja. Er is geen ondergrens. Ook met twee of drie werknemers moet u registreren.
Nee. De wet schrijft geen technologie voor. Een app, een badge of een tablet aan de ingang volstaat, zolang het systeem objectief, betrouwbaar en toegankelijk is en de werkelijke prestaties registreert.
In de praktijk niet. Een bestand dat achteraf wordt ingevuld en door iedereen aanpasbaar is, is niet objectief en niet betrouwbaar.
Vijf jaar vanaf de registratie. VeriTime bewaart de registraties vijf jaar, gerekend vanaf het einde van het jaar waarin ze gemaakt zijn.
Volgens het voorontwerp zelf: geen boete. Er staat geen strafbepaling in voor de werkgever zonder systeem. De vakbonden vragen in het NAR-advies van 30 september 2026 dat sanctieniveau 2 (250 tot 2.500 euro per betrokken werknemer) ook hier zou gelden; de werkgevers zijn tegen. Dat is een eis, geen wettekst. Wat wél al geldt: bij glijdende uurroosters is niet opvolgen vandaag al strafbaar onder niveau 2.
Ja: leidinggevenden en vertrouwenspersoneel, handelsvertegenwoordigers, huis- en telewerkers, mobiele werknemers, en bepaalde familiebedrijven.
Nee. Er ligt een voorontwerp van wet van minister van Werk Clarinval. De Nationale Arbeidsraad gaf er op 30 september 2026 advies 2.499 over en raakte het niet eens: de vakbonden willen de verplichting strenger, de werkgevers willen ze niet en noemen 1 januari 2027 onhaalbaar. De tekst moet nog door de ministerraad en de Kamer. Er staat niets in het Belgisch Staatsblad.
Deze pagina is informatief en vormt geen juridisch advies. Laatst nagekeken: 8 oktober 2026, na het advies van de Nationale Arbeidsraad van 30 september.